*
*

Raapzaad & Koolzaad

Raapzaad-Brassica rapa oleifera en koolzaad-Brassica napus oleifera, twee zaadsoorten die lastig uit elkaar te houden zijn. Het voornaamste verschil is de grootte en de kleur van de korrel. Zo is koolzaad meer grof en donker, bijna zwart van kleur. Raapzaad is weer wat kleiner van korrel en donkerbruin tot roodbruin van kleur. Raapzaad uit Canada is behoorlijk wat lichter van kleur dan het raapzaad uit Scandinavië, dit raapzaad is wat aan de donkere kant.

Raapzaad heeft een wat zoetige walnootachtige smaak, terwijl koolzaad wat ‘scherp’ en soms wat bitter van nasmaak is. Van beide soorten is de zaadkern geel, dit wordt veroorzaakt door het vrij hoge luteïnegehalte.
Raapzaad en koolzaad zijn rijk aan vet, vandaar de van oudsher toegekende waarde als vogelvoeder, speciaal voor kanaries. De uit kool- en raapzaad gewonnen olie wordt raap- of boterolie genoemd. Een enkele keer wordt raapzaad, het zogenaamde zomerraapzaad ‘boterzaad’ genoemd. In verband met de walnootachtige zoetige smaak staat raapzaad ook wel bekend als nootzoetraapzaad. Het gehalte aan calcium, fosfor en het aminozurenpatroon laat eveneens geen verschillen zien.

Voedertechnisch maakt het niet uit of de vogel raapzaad of koolzaad krijgt. Desondanks heeft koolzaad bij vele kanarieliefhebbers een slechte reputatie. Zo zouden vogels door het voederen van koolzaad uit conditie raken en darmstoornissen krijgen. Dit kan inderdaad gebeuren maar alleen wanneer er een plotselinge overschakeling van raap- naar koolzaad plaatsvindt.

Raapzaad heeft diverse classificaties, namelijk nr. 1 tot en met nr. 3. Deze classificaties zijn te merken in het verschil enk komen uiteraard in de prijs tot uitdrukking. Een goede mengeling voor kanaries bevat circa 40 procent raapzaad nummer 1.
 

Gemiddelde waarde

Raapzaad

Koolzaad

Vocht

7,5%

7,5%

Ruw eiwit

20,0%

20,0%

Ruw vet

42,6%

42,6%

Zetmeel en suikers

17,8%

17,8%

Ruwe  celstof

7,6%

7,6%